wat jij liever niet voelt
Diep in je middel, achter je organen, verborgen voor het oog: de psoas. Een spier die letterlijk je boven- en onderlichaam verbindt — en, zo wordt gezegd, ook je lichaam met je gevoel.
De psoas major is een van de langste spieren van je lichaam, en één van de weinige die je bovenlichaam rechtstreeks verbindt met je benen. Hij ontspringt aan de zijkant van je onderste borstwervels en al je lendenwervels, loopt dwars door je bekken heen, en hecht aan op de binnenkant van je bovenbeen.
Je hebt er twee — links en rechts — die samen als een span door je middel lopen. Diep weggestopt achter je organen, onbereikbaar voor je handen. Je kunt hem niet zien, niet direct aanraken. Alleen voelen.
De psoas is je belangrijkste heupbuiger. Hij tilt je been op bij elke stap die je zet, hij houdt je rechtop als je zit, en hij stabiliseert je wervelkolom en bekken bij alles wat je doet — lopen, staan, opstaan uit een stoel.
En er is meer: de psoas ligt vlak tegen de aanhechting van je middenrif aan, de spier waarmee je ademt. Ze raken elkaar. Als de een gespannen is, voelt de ander het.
De psoas wordt weleens de spier van de ziel genoemd. Niet zomaar — hij is de enige spier die je wervelkolom rechtstreeks met je benen verbindt, en daarmee ook de spier die het dichtst bij je overlevingsinstinct ligt.
Als je schrikt, trekt de psoas onbewust samen. Hij bereidt je lijf voor om te vluchten, te vechten, of ineen te krimpen. Bij een dier gebeurt dat, en zodra het gevaar voorbij is, schudt het de spanning er letterlijk weer uit.
Stress die je niet hebt kunnen afronden — een deadline, een ruzie, een dag vol te veel — blijft ergens zitten. Vaak precies hier. De psoas raakt chronisch een beetje aangespannen, alsof hij nog steeds op zijn hoede is. Ook als er allang geen gevaar meer is.
Een psoas die nooit echt loslaat, laat zich voelen. Niet altijd als pijn — soms als iets vager.
- Lage rugpijn, vooral na lang zitten of lang staan
- Heupen die strak en dicht aanvoelen, hoe vaak je ook rekt
- Een ademhaling die nooit helemaal diep komt
- Een onrustig gevoel in je buik, alsof je niet kunt landen
- Moeite om echt te ontspannen, zelfs als er niets te doen is
- Slaap die niet voelt als rust
De psoas rek je niet los — je nodigt hem uit om te vertrouwen dat het veilig is. Dat vraagt om houdingen waarin je lichaam gedragen wordt, niet moet presteren.
Op je rug, voetzolen tegen elkaar, knieën open en gesteund door kussens. Zwaartekracht doet het werk — jij hoeft niets te forceren.
Voorste knie geplooid, achterste heup zakt zacht naar de mat. Precies hier ligt de psoas — laat de zwaartekracht hem lengte geven, niet je wilskracht.
Met een kussen onder de heup zodat er niets hoeft te worden opgevangen door kracht. Hoe meer steun, hoe dieper de spier durft los te laten.
Op je rug, kuiten op de zitting van een stoel, heupen en knieën in een hoek van negentig graden. Dit is misschien wel de eerlijkste houding voor de psoas: volledig gedragen, niets te doen.
Voorhoofd op de mat, knieën uit elkaar, armen los. Een houding die zegt: er hoeft nu even niets bewaakt te worden.
De kleine plooi in de knieën haalt de trek van de onderrug af. Zo kan de laatste rust ook echt rust worden voor deze spier.
Omdat de psoas zo nauw verbonden is met je overlevingsinstinct, bereik je hem niet alleen met houding. Je bereikt hem met een signaal aan je zenuwstelsel: het is hier veilig. Dat signaal geef je het snelst met je adem.